De energietransitie zorgt dat steeds meer bedrijven investeren in duurzame oplossingen, zoals zonnepanelen en laadpalen. Maar ook steeds meer bedrijven gebruiken energieopslagsystemen (EOS): om zelf opgewekte elektriciteit op te slaan en later te gebruiken.
Voor financieel adviseurs is het belangrijk om deze systemen tijdig te herkennen. Een EOS kan namelijk invloed hebben op de verzekerbaarheid.
In deze blog lees je wat een EOS is, welke risico’s erbij horen en waar je als adviseur op moet letten.
Wat is een EOS?
Een energieopslagsysteem (EOS) slaat tijdelijk elektriciteit op. Deze systemen zijn verkrijgbaar in verschillende formaten: van compacte accu’s voor kleine kantoren tot grootschalige installaties op bedrijventerreinen. De meeste systemen maken gebruik van Lithium-ion accu’s. Deze technologie maakt het mogelijk om veel energie op te slaan in relatief weinig ruimte. Een EOS neemt elektriciteit op wanneer er veel aanbod is, bijvoorbeeld zonne-energie via zonnepanelen op een zonnige dag. Op een later moment levert het systeem deze energie weer terug. Zo kan een bedrijf de zelf opgewekte duurzame energie inzetten op het moment dat dit het meest gunstig is.
Waarom kiezen bedrijven voor een EOS?
Steeds meer bedrijven gebruiken duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie. Op zonnige dagen leveren bedrijven veel zonnestroom terug aan het net. Op andere momenten is de vraag naar elektriciteit juist erg hoog, bijvoorbeeld wanneer machines draaien. Het energienet moet al deze pieken verwerken en kan dat niet altijd aan. Dit wordt netcongestie genoemd: er is tijdelijk onvoldoende capaciteit om extra elektriciteit te transporteren.
Met een energieopslagsysteem kunnen deze pieken worden opgevangen. Elektriciteit wordt opgeslagen op momenten dat er een groot aanbod is en levert deze terug wanneer de vraag groter is. Hierdoor ontstaat meer controle over het energieverbruik, wat kan bijdragen aan lagere kosten en een efficiëntere bedrijfsvoering.
Welke risico’s brengen EOS met zich mee?
Een EOS biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Dat geldt vooral bij verkeerd gebruik, schade, oververhitting of onvoldoende beveiliging.
- Brand- en explosiegevaar (Thermische runaway)
Wanneer een batterij beschadigd of oververhit raakt, of door kortsluiting te snel wordt opgeladen, kan er een kettingreactie ontstaan. Dit verschijnsel wordt thermal runaway genoemd. Gevolg: De batterij kan extreem heet worden, in brand vliegen of zelfs exploderen. Lithium-ion batterijen zijn moeilijk te blussen en kunnen langdurig branden of opnieuw ontbranden. - Giftige gassen en rook
Bij een batterijbrand kunnen zeer giftige en bijtende dampen vrijkomen, zoals waterstoffluoride). Dit vormt een risico voor de gezondheid van medewerkers, hulpverleners en omwonenden. - Milieuschade bij lekkage
Batterijen bevatten chemicaliën en zware metalen. Bij fysieke schade aan het systeem kunnen deze stoffen in de bodem of het grondwater lekken, wat schadelijk kan zijn voor het milieu.
Hoe gaan verzekeraars om met een EOS?
Voor energieopslag geldt sinds 2024 de richtlijn PGS37-1. Deze richtlijn beschrijft hoe je een energieopslagsysteem veilig installeert, onderhoudt en controleert. Het gaat daarbij onder andere over brandwerendheid, ventilatie, veilige afstanden en procedures bij storingen of incidenten.
De PGS 37-1 is van toepassing op energieopslagsystemen met een opslagcapaciteit van 20 kilowattuur (kWh) of meer. De richtlijn PGS37-1 biedt verzekeraars de nodige handvatten om minimale eisen op te nemen in polisvoorwaarden en clausules, zodat het risico goed verzekerbaar blijft. De exacte eisen kunnen per verzekeraar verschillen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de volgende voorwaarden:
Binnen een gebouw
De ruimte waarin het EOS is geplaatst:
- Is minimaal 60 minuten brandwerend ten opzichte van aangrenzende ruimtes;
- Bevindt zich aan een buitenmuur van het gebouw en is direct toegankelijk via een buitendeur;
- De ruimte waarin de EOS is geplaatst dient water-, stuifsneeuw- en muisdicht te zijn;
- Beschikt over een overdruk- en explosie-ontlasting naar buiten;
- Is voorzien van een klimaatbeheersingssysteem;
- Beschikt over brand- en rookmelders, een rookgasafvoer en – indien het EOS is gekoppeld aan het elektriciteitsnet – een noodstopvoorziening.
Buiten het gebouw (niet op het dak):
- Het EOS staat minimaal 10 meter van het gebouw;
- Het EOS mag op minimaal 5 meter van het gebouw staan indien de gevel, de container of de omkasting van het EOS minimaal 60 minuten brandwerend is;
- Het EOS mag dichterbij dan 5 meter bij het gebouw staan indien tussen het EOS en het gebouw een brandwerende muur van betonblokken of een betonnen keerwand is geplaatst. Deze muur moet aan beide zijden en aan de bovenzijde minimaal 1 meter uitsteken.
Leg plannen altijd vooraf voor
Wil je klant een EOS plaatsen? Vraag dan op tijd naar de plannen. Controleer ook of je klant al contact heeft met een erkend installateur.
Daarnaast is het verstandig om plannen, situatietekening, offerte en het technische dossier vóór aanschaf en installatie met ons te delen. Dan bespreken wij de aanvraag met de technische risicodeskundigen van onze volmachtgever(s).
Zo voorkom je verrassingen over de verzekeringsdekking en weet je klant vooraf waar hij aan toe is.